|
Herman's dagboek, ronde 5 (wo 1 Juli)
Vandaag heb ik gespijbeld in de toernooizaal, maar ik had een goede reden, want samen met Gijs van den Brand organiseerde ik het NK Schaken voor Marketing & Communicatieprofessionals. Daartoe hadden we het schaakcafé, de analyseruimte, omgebouwd tot toernooizaal. Dat was vrij gemakkelijk, we hadden schaakklokken nodig en de computer met printer moest opgesteld worden. Gijs zorgde voor de administratie op de computer met behulp van Swiss Master, en ik speelde voor wedstrijdleider. We, dat wil zeggen de deelnemers, speelden vijf ronden rapid met 15 minuten per persoon per partij. Gisteravond de speciale rapidregels nog eens geraadpleegd. Als scheidsrechter hoef je geen tijdsoverschrijding te constateren, en als je het constateert moet je niets doen. Dat is de overeenkomst tussen scheidsrechters en bureaucraten: het beste is om niets te doen, dan maak je ook geen fouten. Dat laatste hoeft natuurlijk niet altijd waar te zijn, het kan wel degelijk fout zijn als een scheidsrechter niets doet, bijvoorbeeld niet ingrijpen als mensen luid praten in de speelzaal.
Ik wilde eerst schrijven dat ik de hele middag niets hoefde te doen, maar terwijl de spannende finalepartij aan de gang was zaten twee mannen aan de analysetafel op luidruchtige manier lol te hebben. Toen ik er wat van zei, antwoordde een van de grapjassen “O, ik wist niet daar hier geschaakt werd”. Alles moet kunnen tegenwoordig, en ook onder schakers vind ik het respect voor collega’s die geconcentreerd bezig zijn achteruit gaan. Bij leken vind je soms een andere houding. Een moeder met twee kinderen kwamen opa achter het bord bekijken, en ik zei hen dat ze rustig de speelruimte konden binnenlopen.
Maar het moet gezegd, de deelnemers gedroegen zich voorbeeldig. Er werd hard maar sportief gestreden. Soms zie ik een stelling en dan benijd ik de spelers niet, die steeds maar opnieuw problemen en probleempjes moeten oplossen. De ervaring heeft me ook wel geleerd, dat het beter is om je als scheidsrechter en zeker als coach niet te diep in de stelling te storten. Het gevaar is groot dat je het fout ziet en foute conclusies trekt. Laat het spelen maar aan de spelers over.
Ik had dus eigenlijk een rustdag, een bye, terwijl het probleem van hoe dan de dag door te komen opgelost was. Zowel bij schaken als bij de Tour de France zie je dat sommigen slecht kunnen omgaan met een rustdag. Ze raken uit hun ritme. Interessant is ook bij WK-matches te zien wanneer spelers een rustdag opnemen. De ervaring lijkt hier uit te wijzen dat een nederlaag, maar ook een overwinning, je uit je ritme kan halen, en dat je dan een rustdag nodig hebt om te herstellen.
Het is voor elke sporter de en een kunst om het goede klimaat te scheppen vooreen optimale prestatie. Maar hoe doe je dat? Wat mij een keer bij een toernooi goed geholpen heeft, was elke morgen een trainingsrondje op de fiets. Dat toernooi werd ik gedeeld eerste, en toch heb ik dat niet meer herhaald. Je ontkomt er tegenwoordig niet aan om je tegenstander in de database op te zoeken en te kijken wat hij speelt. Vervolgens kun je dan kritieke openingsvarianten bestuderen. Een gevaar daarvan is dat je het steeds minder weet. Wat is uw manier van voorbereiden? Het is eigenlijk wel eerlijk en zeker interessant om uit te wisselen. 
|
|