Johan Hut: schrijven over schaken is hartstikke leuk (wo 1 Juli)

In december 1996 nam Johan Hut de schaakrubriek van de Gooi en Eemlander over van Wim van der Wijk. Behalve de lezers van die krant - en dan nog slechts de schaakliefhebbers - viel die gebeurtenis maar weinig mensen op. Nu 12,5 jaar later is Huts verschijning bijna niet meer weg te denken bij de belangrijkste toernooien. Ook bij de GfK HSG Open is hij elke dag in de perskamer te vinden. 'Ik kan er ook niets aan doen maar ik vind schrijven over schaken nu eenmaal hartstikke leuk', aldus Hut.

Johan Hut: schrijven over schaken is hartstikke leuk 

Johan Hut in gesprek met Monique Stam (foto: Edwin Baart)

Voor het interview met Hut informeerde de website van de HSG Open eens bij wat collega's van Hut wat ze van zijn artikelen vonden. Een van hen moest even nadenken en zei toen: 'Eigenlijk schrijft hij beste leuke stukjes.'

Eigenlijk.

Alsof Hut zich drie keer heeft moeten bewijzen voor hij door collega's serieus genomen werd. Opmerkelijk genoeg vindt Hut dat helemaal geen probleem, sterker nog, hij is het er wel mee eens.

JH: Als ik in de kast duik en artikelen van 10,12 jaar geleden nog eens doorlees, dan schaam ik me eigenlijk wel. Dat was niet zo best.

TB: Hoe kwam dat dan?

JH: Ik had wel ervaring met schrijven, hoewel misschien niet genoeg, maar niet met de schaakjournalistiek. Toen ik begon, was bovendien mijn gebrek aan schaakkracht wel een probleem. En tenslotte ken ik de schakers waarover ik schreef niet.

TB: Nu niet meer?

JH: Nou, nee. Er zijn nu allerlei hulpmiddelen voor de schaakjournalist beschikbaar. Een dagverslag op de website van een toernooi, dat was er 10 jaar geleden nog nauwelijks. Rybka, Fritz, noem maar op. Ik geloof dat ik sterk genoeg schaak om daarmee een partij of partijfragment voor de lezer aantrekkelijk en begrijpelijk te maken. En ik durf tegenwoordig wat meer.

TB: Hoe bedoel je?

JH: Ik had een keer iets over een stukoffer van Jan Timman geschreven. Iets in de trant van: een uit nood geboren stukoffer pakte toch nog goed uit voor hem. Maar ik vertrouwde het niet helemaal - ik die zo maar wat over Timman beweerde - en na lang aarzelen heb ik de stoute schoenen aangetrokken en hem opgebeld. En er naar gevraagd.

TB: Wat zei Timman?

JH: Hij was heel aardig maar zei wel dat hij het offer al 5 zetten eerder had zien aankomen en toen tevens had geconcludeerd dat het won. Zo zie je maar.

TB: Als je in 1996 dan helemaal niet zo goed was, waarom vroeg de Gooi en Eemlander jou dan?

JH: Het was niet echt de Gooi en Eemlander, het was Wim van der Wijk die net als ik op HSG zat. Die werkte al voor de krant en deed de schaakrubriek er als een soort van hobby bij. Toen hij het met zijn normale werk te druk kreeg, vroeg hij mij. Hij dacht dat ik het wel zou kunnen.

TB: En dat liet je je geen twee keer zeggen...

JH: Eingenlijk wel, want ik zou voor 4 a 5 rubrieken in de maand en wat nieuwsitems ongeveer 600 gulden krijgen. Dat vond ik wel wat weinig voor zo veel werk en dus zei ik tegen Wim dat hij maar iemand anders moest zoeken. Wim op pad en na een lange speurtocht kwam hij uit bij mij! Iedereen die hij had gevraagd, vroeg nog veel meer dan ik of leek bij nader inzien niet geschikt.

TB: En toen heb je het toch maar gedaan...

JH: Ja, ik ben begonnen op de dag dat de Gooi en Eemlander eigendom werd van De Telegraaf: 1 december 1996. Voor die 600 gulden, dat wel.  

TB: Hoe ben je als schaakjournalist beter geworden?

JH: Ik denk dat ik goed met kritiek kan omgaan. Ik sta er open voor, ik heb er veel van geleerd. Ik ontdekte ook zelf wel dingen die ik fout deed. Verder ben ik gedreven en heb ik iets schoolmeesterachtigs. Ik wil de lezer wel iets uitleggen. Dat alles maakt schrijven over schaken zo leuk.

TB: Die gedrevenheid, is dat ook de reden dat je zo vaak bij toernooien komt?

JH: Wat is veel? Ik heb de indruk dat ik vaker dan bijvoorbeeld Max Pam bij toernooien kom. Die maakt dan de rubriek voor Het Parool maar op de een of andere manier loop ik hem altijd mis. Aan de andere kant is het waar: je kunt een rubriek schrijven zonder ooit ergens te komen. Dan denk ik aan Geurt Gijssen die eens verzuchtte: onze website is zo goed dat er helemaal geen journalisten meer langskomen. En dat vond hij wel jammer, dat kon ik wel aan hem merken.

TB: Hoe sterk schaak jezelf nu eigenlijk?

JH: Ik ben niet de slechtste schaker onder de schaakjournalisten. Ik houd bijvoorbeeld Jules Welling en Dirk-Jan ten Geuzendam nog wel achter mij. Ik heb nu een rating van 1918 maar ik ben ooit boven de 2000 geweest.

TB: Heb je nog de ambitie om ooit voor een grote krant te schrijven?

JH: Geen ambitie. Ik ben wel tevreden bij mijn huidige werkgever. Eerder kijk ik met angst om me heen en zie ik overal schaakrubrieken verdwijnen. Bovendien: mijn rubriek wordt overgenomen door het Noord-Hollands Dagblad, het  Haarlems Dagblad en de Leidsch Dagblad, die hebben bij elkaar een oplage van 260.000 exemplaren. Als je het zo beschouwt,  staan alleen De Telegraaf en De Volkskrant boven mij. Want het AD heeft geen schaakrubriek meer.

TB: Maar als morgen De Telegaaf of De Volkskrant belt met de mededeling dat Hans Bohm of Gert Ligterink onverwacht ontslagen is en of je overmorgen kan beginnen?

JH: Dan zou ik wel even moeten nadenken...

 

Sponsors
   
       

    

 



 

Webdesign door XPhire Internet Design & Development