Auteursarchief: Thomas Roest

De Motoriek van de Schaakzet

Natuurlijk zijn er schaakbibliotheken volgeschreven over de beste zet. Voor wie zich wil bekwamen in de nobele kunst van Caïssa is er een breed aanbod aan literatuur. Welke zetten zijn het sterkst in die opening, wat speel je bij die specifieke stelling, hoe pak je dat eindspel aan?  

Wat echter in de schaakkolommen beduidend onderbelicht blijft, is niet welke zet je speelt, maar hoe je die speelt. Laten we zeggen: de motoriek van de schaakzet. Na enige jaren te hebben meegedraaid in de schakerij, heb ik, spelers observerend, verschillende manieren van zetten kunnen onderscheiden, opgesomd in de volgende niet-uitputtende lijst, met instructies voor de correcte uitvoering.  

De Hijskraan

Til de speelhand op tot hoog boven het bord. Laat hem daar enige momenten hangen. De speler staat nu voor de keus: ga ik het beoogde stuk spelen, of trek ik mijn hand terug en laat ik mijn tegenstander nog in het ongewisse. Als er besloten wordt tot zetten, laat de hand langzaam zakken en speel twijfelend het gewenste stuk. Staar nog even naar het bord alvorens de klok in te drukken en te noteren. Het psychologisch effect van de Hijskraan werkt het best bij scherpe of chaotische stellingen.

De Hijskraan-Plus

Hetzelfde als de hijskraan, maar nu begint de speelhand boven de kruin. Daar mag de hand ook enige momenten blijven hangen, alvorens naar de positie boven het bord te bewegen. Vervolgens verder gaan als bij de hijskraan. Geoefende hijskraanspelers staan bekend om hun uitstekende timing.

Het Paard uit de Losse Pols

Te spelen vanuit de beginpositie, of als er over een ander stuk heengesprongen moet worden. Klem het paard, met de handpalm naar beneden, tussen wijs- en middelvinger. Draai nu met een snelle polsbeweging de palm naar boven en weer terug boven het doelveld, alwaar het paard neergezet wordt. 

De Schuifelaar

Bij voorkeur te spelen met de koning die schaak staat, in het eindspel. Beweeg de koning naar het gewenste veld, ontdek dat deze zet onreglementair is en schuif hem snel terug naar het uitgangsveld. Herhaal zo nodig bij twee tot drie andere velden. Bij de Schuifelaar is tijdnood geen vereiste, maar wel handig.

De Koekeloerzet

Vooral te spelen met koning of dame. Speel het gewenste stuk naar het doelveld, en houd het bij de top vast. Ga nu pas kijken of het daar veilig staat. Kijk goed in alle richtingen, en vergeet daarbij niet de elleboog van de speelarm op te tillen en onder de arm door te kijken.

De Boze Torenzet

Deze zet spelen bij frustratie als het niet lukt een gewonnen stelling of eindspel te converteren naar een punt. Bij voorkeur spelen over een gehele rij. Druk de te spelen toren stevig in het bord. Wacht een fractie van een seconde voor dramatisch effect, laat de speelarm nu in een flits naar voren schieten, tot de toren op het doelveld belandt. Druk gedecideerd de klok in om de zet kracht bij te zetten.

Het Adoube-tikje

Te spelen net nadat je een stuk gezet hebt op de eerste rij. Het stuk mag niet precies in het midden staan van het veld maar wel bijna. Laat na het spelen de onderarm rusten vlak naast jouw zijde van het bord. Licht dan je hand op en geef dan zo onopvallend mogelijk met het topje van je wijsvinger een tikje tegen het te corrigeren stuk. Zachtjes ‘j ‘adoube’ mompelen is toegestaan maar doorgewinterde adoube-tikkers weten dat er risicoloos gezwegen kan worden. Voor de tegenstander is de volgende opmerking optioneel: “ik vroeg me al af waar hij stond”.