De Nederlandse grootmeester Max Warmerdam en de Ierse internationaal meester van Indiase afkomst Tarun Kanyamarala zijn gezamenlijk winnaar van de twintigste editie van het HSG Open geworden. Beiden scoorden in het driedaagse toernooi vijf punten uit zes partijen, bleven ongeslagen en speelden onderling remise. Op grond van de tiebreakregels is Max Warmerdam tot toernooiwinnaar uitgeroepen, maar het tweetal deelt het prijzengeld. Beiden ontvangen 1.000 euro.

Max heeft zijn handen vol aan het dragen van de zware toren van de Hilversumse kunstenares Hanke Wiegand als bijzondere prijs voor de twintigste editie en de cheque van 1.000 euro voor de gedeelde toernooiwinst. Foto’s Mirko Lukacs
Helaas ontbreekt de gedeeld winnaar Tarun Kanyamarala op de foto´s van de prijsuitreiking. Hij verontschuldigde zich bij de organisatie dat hij vrij snel na de laatste ronde een trein moest halen. De sterke Ierse IM, voor velen een grote onbekende op dit toernooi, had zich pas laat aangemeld, samen met zijn zus WGM (vrouwengrootmeester) Trisha.
Tarun was een verdiende co-winnaar van het toernooi. Misschien had er voor hem zelfs meer ingezeten als hij in de derde ronde had doorgespeeld in plaats van het remiseaanbod van Max Warmerdam aan te nemen…… In elk geval hopen we het tweetal nog eens terug te zien op een volgend toernooi.
Max Warmerdam geeft toe dat zijn stelling in die partij een beetje scary was. ,,Dit was de enige partij waarop ik mij niet geheel op mijn gemak voelde. In elk geval was mijn remiseaanbod wel goed. Ik had het gevoel dat hij het zou aannemen.”
Over zijn partijen was de Limburger, die aan het terugkomen is van een enorme vormcrisis, zeer tevreden. ,,Het niveau was goed en ook mijn tijdindeling, want dat was vooral het probleem van mijn mindere periode”.
Max denkt dat hij de weg naar herstel is ingeslagen. Daarvan getuigt in zijn ogen ook zijn match tegen voormalig wereldtopper Ivantsjoek onlangs tijdens het Limburg Open die in 2-2 eindigde.
Om zijn dip met cijfers te illustreren: Dimitri Reinderman rekende in zijn schaakrubriek in De Gooi- en Eemlander en andere regionale Mediahuis-dagbladen voor dat Max in september 2024 met een rating van 2679 de nummer 47 van de wereld was. Anderhalf jaar later staat hij op plek 643 met een rating van 2520, dat kun je inderdaad een flinke smak noemen.
Zijn spel in Hilversum en tweede HSG Open-titel (hij won ook in 2023) geeft hem in elk geval vertrouwen voor de volgende halte: het Nederlandse kampioenschap vanaf 4 juli in Aalsmeer.
Voelbaar hoog was de gunfactor tijdens de prijsuitreiking toen Herman Grooten twee keer naar het podium werd geroepen. Ooit een sterke IM, maar van Herman is bekend dat hij tijdens de pandemie is getroffen door longcovid waardoor hij als schaker vaak zijn niveau niet meer kan halen door vermoeidheid die hiervan nog steeds het gevolg is. Toch blijft hij als begeleider van zijn zoon Tommy, een groot jeugdtalent, toernooien spelen. Hij is er dan toch en houdt van het spelletje en is in staat mindere prestaties als gevolg van omstandigheden voor lief te nemen.

Afgelopen weekend zat het met zijn energieniveau kennelijk goed, want Herman speelde een prima toernooi en werd in de A-groep winnaar van de TPR-prijs voor de beste ratingprestatie ten opzichte van de startrating. Dat juist Herman deze prijs won, kun je ook de ironie van het lot noemen: als winnaar van deze aanmoedigingsprijs mocht hij, erkend auteur van schaakleerwerken, een boek uitkiezen. Zelf zag Herman er de humor gelukkig wel van in. ,,Als je maar diep genoeg zakt, win je vanzelf zo’n prijs”.
Hij kwam nog een tweede keer naar voren als gedeeld winnaar van de derde tot en met de twaalfde prijs, samen met Nico Zwirs, Wouter Terlouw, Alexander Bagrationi, Rhys Arnold, Sasa Albers, Arthur de Winter, Rafael Goudriaan, Chenwu Zue en Peter Lombaers die allen 4,5 uit 6 scoorden. De nog aanwezige gedeelde prijswinnaars passen nog net op de groepsfoto.


Het twintigste HSG Open was ook het toernooi van Wouter Terlouw uit Soest, die een deel van van schaakopleiding bij de HSG-jeugd heeft gevolgd.
Voor hem kan het schaakjaar 2026 al niet meer stuk. Eerder dit voorjaar veroverde hij als 15-jarige de Nederlandse jeugdtitel tot en met 18 jaar, hij won ruim een week geleden al het HSG-jeugdtoernooi met 9 uit 9 (alleen interessant voor de prijzenkast) en schitterde ook op het HSG Open met een fraaie vierde plaats (volgens de tiebreakregels), achter de twee toernooiwinnaars en de sterke IM Nico Zwirs, die in zijn slotpartij tegen Warmerdam leek te kiezen voor zekerheid in plaats van all in te gaan met een in het Siciliaans bekend thematisch paardoffer op b5, waar de computer wel trek in zou hebben.
Wouter won in Lapershoek ook de speciale prijs van 100 euro voor de beste jeugdspeler, beschikbaar gesteld door sponsor De Toekomst, de leverancier van HSG’s papieren en tegenwoordig ook textiele drukwerk.
Het twintigste HSG Open was niet het toernooi van Thomas Beerdsen die zijn favorietenrol deze keer niet kon waarmaken. Hij miste in het begin door remises de flow van een reeks overwinningen en zag het podium vrij snel uit zicht raken.
Het was ook niet het toernooi van MIlan Mostertman voor wie een protest in verband met een vermeende overtreding van een aanraken=zetten regel uitliep op een bittere teleurstelling, omdat zijn protest wegens gebrek aan bewijs door de arbiter werd afgewezen. Het ingediende bezwaar bij de beroepscommissie trof hetzelfde lot.
Het was ook niet het toernooi van Richard Sanchez, een speler van HSG in de C-groep die van de arbiter een reglementaire nul kreeg omdat hij, zoals na een claim van zijn tegenstander werd vastgesteld, een telefoon in zijn broekzak had.
Heel HSG steekt er zijn hand voor in het vuur dat Richard, al tientallen jaren bij ons lid, nooit de intentie zal hebben gehad met zijn telefoon te cheaten, maar reglementair is het niet geoorloofd om (zelfs een uit geschakelde) telefoon op je lichaam te dragen.
Arbiters hebben een grote verantwoordelijkheid, enerzijds om valsspelen te voorkomen, anderzijds om te voorkomen dat een speler hiervan onterecht wordt beschuldigd (waarvan de consequenties niet te onderschatten zijn). Verklaringen van omstanders worden in verband hiermee vaak niet beschouwd als bruikbare getuigenverklaringen.
Breder getrokken zou je kunnen zeggen dat het in de rechtspraak soms onvermijdelijk is dat vonnissen die wel voldoen aan de voorwaarden van het verkrijgen van wettig en overtuigend bewijs desondanks toch niet goed voelen. Dat zal met sombere regelmaat af en toe blijven voorkomen.
















