Categoriearchief: 2024

Schaakvraag van de dag

Bregje Roebers, een van de (jonge) vrouwelijke deelnemers aan het HSG Open 2024. Foto Vincent Pandelaar

3 (en slot)  Hoe zit het met de gender gap, hoeveel vrouwen schaken,  kunnen ze ooit de kloof met de mannen dichten?

Er zijn twee belangrijke ranglijsten die de speelsterkte aangeven: de algemene lijst met mannelijke en vrouwelijke schakers en een aparte  ranglijst voor vrouwen.

In de top honderd van de algemene ranglijst staat geen enkele vrouw. Het is wel eens voorgekomen (o.a. Judit Polgar) maar het blijft een zeldzaamheid. Voor een plek bij de beste honderd is in de huidige stand een rating nodig van boven de 2640. De Chinese Yifan Hou staat er dichtbij met 2632, maar zij heeft schaken op een lager pitje gezet. Ze maakte eerder wel deel uit van de top 100, vooralsnog als uitzondering die de regel bevestigt.

Vergelijk je de top van het algemene klassement met de top van de rangschikking van de vrouwen dan zie je een groot verschil in (gemiddelde) speelsterkte en die kloof lijkt niet snel kleiner te worden.

Maar er is ook sprake van positieve ontwikkelingen. Dat komt bijvoorbeeld tot uiting in het percentage vrouwen met een officiële internationale elorating:

2001: 6 procent
2020: 15 procent

Zoomen we weer in op chess-rankings.com dan springen verschillen per land in het oog.

Helaas, voor Nederland geen gunstig beeld. Het percentage vrouwen met een FIDE-rating blijft voor ons land steken op 5,82. Ook andere West-Europese landen scoren laag, flink lager dan de meeste landen in Centraal- en Oost-Europa.

De gender gap blijft dus groot, maar je kunt er ook op een andere manier naar kijken. Meestal wordt de top van de mannen en vrouwen met elkaar vergeleken en dan lijkt sprake van een schier onoverbrugbare kloof.

Chess-rankings biedt ook inzicht in het verschil tussen het gemiddelde van  alle mannelijke en vrouwelijke spelers met een internationale rating:

Mannen: 1770
Vrouwen: 1658

Dan ben je geneigd te zeggen: het gat kleiner maken, moet kunnen. Toch?

Drie met vier uit vier

Handshake Van Foreest (zittend) en Stefansson. Snel gevolgd door een tweede: remise in acht zetten. No risk.
Foto Vincent Pandelaar

Het 18de HSG Open nadert zijn ontknoping, Het aantal koplopers is na vier van de zes ronden uitgedund tot drie spelers: de Nederlandse grootmeester Lucas van Foreest, grootmeester Vignir Vatnar Stefansson uit IJsland en diens landgenoot Hilmir Freyr Heimisson, internationaal meester. Zij wonnen al hun vier partijen tot nu toe.

Wie op deze site het verhaal de IJslandse connectie heeft gelezen, weet dat drie jonge ambitieuze IJslandse topschakers met een missie naar Hilversum zijn gekomen: zij willen winnen, als het niet de hoofdprijs of een podiumplek is dan in elk geval ratingpunten.

Komt de toernooiwinnaar uit het leidende drietal? Kan, maar het hoeft niet. Er zijn nog voldoende kapers op de kust, met een achterstand van slechts een half punt. Die kunnen nog langszij komen. Zelfs een ‘erop en erover’ is niet uitgesloten.

Op het topbord spelen vanochtend vanaf 09:30 uur Van Foreest en Stefansson, het eerste treffen op het toernooi tussen twee GM’s. Hier zal ongetwijfeld de meeste aandacht naar uitgaan.

We weten niet of de twee spelers all-in willen gaan. Een nederlaag kan uitschakeling voor de titel betekenen, een consoliderende remise houdt alle opties open. Met een overwinning is een podiumplek vrijwel zeker.

Lucas van Foreest speelt met de witte stukken en heeft de hoogste  rating van de twee. Hij liet tot nu toe economisch schaak zien. Gebruikte opvallend weinig bedenktijd en kwam geen enkele keer in de problemen. Zaterdagavond versloeg hij met zwart ‘met eenvoudige middelen’, zoals dat in schaakcommentaren soms heet, de IJslandse meester Dagur Ragnarsson. Lucas ruilde op het juiste moment de juiste stukken waarmee hij beslissend in het voordeel kwam.

Zijn tegenstander van vanochtend liet aanvallend schaak zijn, schuwde offers niet en bekroonde de aanvalsdrift een enkele keer met een fraaie matcombinatie.

Hilmir Freyr Heimisson, de derde speler met de maximale score heeft een zware loting: met zwart tegen grootmeester Liam Vrolijk die zaterdagavond een halfje moest toestaan aan IM Nick Maatman.

Het kan nog alle kanten op.

Novum: digitale naambordjes

Het staat netjes: naambordjes van de spelers bij de borden. Maar wel heel bewerkelijk met 280 deelnemers. Ooit deden we het, naambordjes van plastic waar je papiertjes  in moest steken. Hoop gedoe, dus zijn we er mee gestopt. De handjes zijn voor andere dingen nodig. Voor alles is tegenwoordig echter een technische oplossing. Vincent Pandelaar, onze ict-man, huisfotograaf en arbiter, kwam zo’n digitaal dingetje op het spoor. Ze zijn niet speciaal voor schaaktoernooien ontwikkeld, je kunt ze ook voor andere toepassingen gebruiken. Maar ze lijken zeker geschikt als naambordjes bij schaakpartijen. Het experiment bij de topborden is geslaagd, gewoon de indeling koppelen aan het apparaatje.  Dus wie weet, volgend jaar op nog grotere schaal bij het HSG Open.

De IJslandse connectie

Gauti Pall Jonsson speelt al voor de vijfde keer mee in het HSG Open. Hij bracht dit jaar drie sterk IJslandse schaakvrienden mee. (Foto: Vincent Pandelaar)

Het HSG Open telt vier deelnemers uit IJsland: grootmeester Vignir Vatnar Stefansson, de internationale meesters Dagur Ragnarsson, Hilmir Freyr Heimisson en Gauti Pall Jonsson, allen twintigers. De laatste, een sterke clubschaker, is een vaste klant van ons toernooi en heeft zijn schaakvrienden ook warm voor het toernooi weten te maken.

Hij wil graag iets vertellen over de sterke IJslandse delegatie op deze editie van het HSG Open en over het schaken in IJsland in het algemeen.

We spreken af voorafgaand aan de derde ronde.  De zalen van hotel Lapershoek zijn nog leeg.  Zijn stemming is goed, ondanks een teleurstellende score in de eerste twee rondes. ,,Ik heb remise gespeeld en een partij verloren. Een half punt dus, dit is mijn slechtste start van al mijn deelnames hier.”

Voor de vijfde keer is hij nu van de partij. Hij combineert zijn deelname met bezoek aan zijn zus die in Almere woont. Toch logeert hij tijdens het toernooi  in het hotel. Het heen en weer reizen zou hem te veel afleiden.

Vanaf zijn eerste deelname viel het toernooi bij hem in de smaak: het niveau van de deelnemers, het hotel, de ambiance. Reden genoeg om terug te komen. Zijn matige start deert hem niet. Hij  zal die partijen later bestuderen, richt zich nu op de volgende partij en denkt dat het wel goed zal komen. ,,Ja, ik ben een optimist”.

Gauti Pall is een goede amateurschaker en hij is bestuurlijk betrokken bij het schaken in zijn land. Was een tijdje interim-voorzitter van de schaakclub Reykjavik en is actief als organisator van toernooien: rapid en snelschaken. Niet een of twee week keer per jaar, maar elke  week op, dinsdag (blitz) en donderdag (rapid) in de IJslandse hoofdstad Reykjavik.

Schaken is dus populair in IJsland. De jeugd kan er al op school mee kennismaken, al is het geen verplicht vak. Goede trainers verzorgen het schaakonderwijs op de scholen. Gauti Pall zelf geeft les op zes scholen

Dat verklaart wellicht waarom IJsland relatief zo veel grootmeesters heeft, per hoofd van de bevolking. ,,Ach, dat per capita is wel leuk, maar het betekent verder niets. IJsland is daarmee nog geen sterk schaakland, we missen nog echt sterke grootmeesters met een rating van 2600+”.

Aan ambities ontbreekt het de drie titelhouders die hem vergezellen overigens niet. Het drietal  hoopt  progressie te boeken door de hele zomer schaaktoernooien in Europa te spelen. Ze reizen, deels samen, van land naar land, van toernooi naar toernooi. Een van hen werd pas vrijdag ingevlogen in het HSG Open. ,,Hij vertrok ’s ochtends na een toernooi met het vliegtuig vanuit Letland naar Nederland. Hij moest vrijdagmiddag meteen aan de bak, speelde twee partijen die hij beide won.”

Een  grootmeester kan niet leven van schaken in IJsland. De overheid  ondersteunt  GM’s  met een soort grootmeester-salaris. ,,Geen vetpot, een basis om van te leven, reizen en toernooien te spelen, maar ze zijn dat nu aan het veranderen. Het wordt ingewikkelder, helaas”.

Foto’s: Vincent Pandelaar

Het IJslandse schaken is verbonden met het fenomeen Bobby Fischer.
Reykjavik 1972, Fischer-Spasski. Het is in het geheugen van iedere (oudere) schaakliefhebber gegrift. 

Na het behalen van de wereldtitel ontspoorde het Amerikaanse genie. Hij ging ten onder aan paranoia en achtervolgingswaanzin.  Werd gezocht door de Amerikaanse justitie en belandde na omzwervingen in een Japanse cel. Dankzij bemiddeling kon hij naar IJsland dat hem asiel en zelfs het IJslandse staatsburgerschap verleende, om hem uit zijn benarde positie te bevrijden. Fischer, hoe vreselijk hij ook te keer ging, heeft IJsland dankzij de aandacht van de internationale media voor de WK-tweekamp ook op de kaart gezet.

Fischer-Spasski bracht veel IJslanders aan het schaken, nog meer dan elders in de wereld. ‘’’Het leverde ons veel nieuwe en ook sterke schakers op.”

Fischer overleed in januari 2008 op 64-jarige leeftijd.  IJsland herdenkt hem met  een Bobby Fischer herdenkingscentrum.  Deelnemers aan het internationale toernooi van Reykjavik, ook populair onder Nederlandse schakers, kunnen tijdens de rustdag een bezoek brengen aan het centrum en aan het graf van de legendarische Amerikaan.

Schaakvraag van de dag

2. Als iemand schaken heeft geleerd, hoe groot is dan de kans dat hij/zij grootmeester (IGM) kan worden?

Dit is natuurlijk tricky, maar sommigen hebben  geprobeerd dit vraagstuk cijfermatig op te lossen, misschien met een knipoog. Een exercitie van Lee Ballentine van enkele jaren geleden op een schaakforum leverde een kansberekening op van ‘effectief nul procent’. Auw!

Hij ging uit van de volgende gegevens van dat moment. ‘Er zijn 800 miljoen mensen in de wereld die kunnen schaken. Er zijn 1600 actieve grootmeesters’.

Zijn conclusie na cijferwerk: ‘Dat betekent dat  per elke  500.000 schakers er een grootmeester is’.  

Jammer misschien voor velen die dus vergeefs dromen om ooit de hoogste schaaktitel te bereiken? Valt wel mee. Ballentine maakt de groep kandidaten voor het grootmeesterschap veel te groot.

Iemand die een loper van een paard kan onderscheiden en weet hoe een paard springt en de rokade gaat, maar zich verder niet verdiept in openingen, middenspel, tactiek/strategie  en eindspelen zal het immers nooit tot grootmeester schoppen.

Je kunt ook de vraag stellen: als iemand heeft leren lopen, hoe groot is dan de kans dat hij later als atleet de honderd meter binnen 10 seconden kan afleggen? Dat komt  ook neer op een mission impossible.

Beperk de kanshebbers daarom maar liever tot een groep die al ervaring heeft met wedstrijden en toernooien. Ik kom weer uit bij chess-rankings.com die het aantal  spelers met een FIDE-rating naast het aantal grootmeesters per land zet.

Rusland: 34.497 spelers met FIDE-rating, onder wie 236 grootmeesters. Dat ziet er wat kansberekening betreft al minder hopeloos uit voor het behalen van de begeerde titel.

Ook hier springt IJsland er uit: 642 spelers met FIDE-rating, 14 grootmeesters. En wat te denken van China: ‘slechts’ 1575 FIDE-gecertificeerde spelers, maar wel 48 grootmeesters. De cijfers van Nederland volgens chess-rankings.com: 4347 spelers, 36 grootmeesters.

Lastig om te bepalen wat je uit deze cijfers nu wel of niet kunt afleiden. Maar de kans om vanaf een gevorderd niveau grootmeester te worden ligt toch echt wel hoger dan in Ballentine’s  rekensom.   Neemt niet weg dat  de grootmeestertitel slechts voor maar weinig schakers zal zijn weggelegd. Net als de honderd meter in -10 trouwens.

De schaakvraag van morgen:

3.  Hoe zit het met de gender gap, hoeveel vrouwen schaken,  kunnen ze ooit de kloof met de mannen dichten?

Schaken op de tast 

Onder de deelnemers aan het 18de HSG Open bevinden zich twee blinde/visueel gehandicapte spelers. Zij oriënteren zich op  de stelling op een apart bord door de schaakstukken ‘af te voelen’.

Het verschil tussen een wit en zwart stuk is voor hen voelbaar gemaakt. Een extra pinnetje betekent  een zwart stuk. Zwarte velden liggen op het bord hoger dan de witte, dus zo kunnen zij dit onderscheid maken.

Hun deelname vergt enige aanpassing, zij kunnen niet zomaar aanschuiven aan een lange rij tafels. Er werd een passende plek gevonden door de wedstrijdtafel te verplaatsen. De arbiters waren graag bereid om voor dit doel wat kleiner te gaan wonen. Op deze manier is ‘Schaken is een spel zonder grenzen’ niet alleen maar een leuke leus maar een vlag die de inclusieve lading dekt.

Info: De Nederlandse Schaakvereniging van Visueel Gehandicapten

Schaken voor visueel gehandicapten  (blindenschaak) is niet te verwarren met blindschaken of schaakblindheid. In het laatste geval begaat een speler een enorme blunder, een zet die ver beneden zijn niveau ligt

 

HSG Open slaagt voor stresstest

Met enige zorg keek de wedstrijdleiding uit naar de derde ronde van zaterdagmiddag. Er waren nauwelijks spelers met een bye, dus nu zou moeten blijken of er inderdaad  voldoende ruimte was voor het recordaantal van ruim 280 deelnemers. Bijna elke plek bezet, dus schuiven kon niet meer. Het bleek gelukkig allemaal te passen, ook een tekort aan stoelen kon dankzij wat sleepwerk  snel opgelost worden, dus spelen maar….

Ondertussen zijn de eerste bijzondere prijzen uitgereikt.  Meer een aardigheidje dat helemaal niks met schaakprestaties te maken heeft. Het zijn de jaarlijkse prijzen in de vorm van een mooie fles wijn voor Nederlandse deelnemers die van ver komen, het meest noordelijk, zuidelijk, oostelijk en westelijk.

De winnaars:

Delfzijl Luka Jovanovic
Enschede  Jeroen Schrader
Middelburg  Marcel Nellen, Roan Brady
Maastricht  Mick Godding     

Het 65ste veld

De tweede ronde van het HSG Open viel vrijdagavond samen met de voetbalwedstrijd Nederland – Frankrijk op het EK in Duitsland. Wat doe je dan als schaker/voetballiefhebber: de focus op de partij,  een snelle remise of toch even – als de tegenstander aan zet is – snel naar de hotelbar waar een tv-scherm hangt. Alle varianten waren van toepassing. Spelers die al klaar waren nestelden zich voor de tv of streamden  in de wandelgangen van het hotel de wedstrijd op hun smartphone of laptop. Er waren toegewijde  spelers die alleen oog hadden voor de 64 velden voor hun neus. En er waren spelers die – zelfs tijdens de partij – toch even gingen kijken naar het 65ste veld.

HSG Open van start met 282 deelnemers

Foto: Vincent Pandelaar

Het was een hectische registratie met een recordaantal deelnemers. Maar met een vertraging van tien minuten kon het 18de HSG Open vrijdagmiddag toch van start, met in totaal 282 deelnemers.

Die zaten nog niet meteen allemaal achter het bord. Veel spelers hadden in de eerste en tweede ronde een bye opgenomen.

Benjamin Bok gold aanvankelijk als topfavoriet voor de toernooizege maar moest op de dag voor het toernooi helaas afzeggen wegens persoonlijke omstandigheden. Toch bleef het aantal deelnemende grootmeesters op vier staan, want Lucas van Foreest nam zijn plaats in.

David Gonzalez, general manager van hotel Lapershoek, al jaren gastheer van het toernooi, verrichtte de openingszet aan het bord van de supersub, een telg uit de bekende Groningse schaakfamilie Van Foreest.

Gaat Lucas op jacht naar de toernooititel om in de voetsporen te treden van zijn oudere broer Jorden die het toernooi al eens won? De eerste dag leverde hem in elk geval twee vlotte overwinningen op. Ook op de andere topborden bleven grote verrassingen vooralsnog uit. Zaterdag komt er waarschijnlijk tekening in de strijd als de sterkere spelers volgens het Zwitserse systeem ook elkaar gaan ontmoeten.

Schaakvraag van de dag

1. Welk land is het sterkste schaakland?

Een voor de hand liggend antwoord is: het land met de meeste schaakgrootmeesters. Dan zijn we inderdaad gauw klaar. Het verschil met de nummer 2 is groot. Het verschil tussen de nummers 2 en 3 is overigens zeer klein.

  1. Rusland 236 IGM’s
  2. Verenigde Staten 95 IGM’s
  3. Duitsland 94 IGM’s

Deze gegevens haal ik van www.chess-rankings.com  Een interessante website om statistisch in te grasduinen. De zoekmogelijkheden zijn legio. Helaas is niet te zien van wanneer  de laatste update is.

Je kunt het antwoord natuurlijk ook anders aanvliegen. Hoe zit het met het aantal inwoners, oftewel het aantal grootmeesters  per hoofd van de bevolking?

Want het is natuurlijk logisch dat Rusland met bijna 144 miljoen inwoners veel meer grootmeesters telt dan Luxemburg met 654 duizend ingezetenen.

Dat soort lijstjes duiken af en toe op. Een land dat hierop altijd hoog scoort, en meestal op plek een, is IJsland. Nog geen 400.000 inwoners maar – momenteel – wel 14 (veertien!) grootmeesters.

Is IJsland dan het sterkste schaakland? Ik denk het niet, maar heel bijzonder is het wel. Ter vergelijking: Nederland met een bevolking van bijna 18 miljoen inwoners  telt 36 GM’s en blijft, net als vrijwel alle landen,  per capita ver achter bij de Vikingen.

Lijstjes zijn populair. Een andere methode is een ranglijst opstellen van de gemiddelde ratings van de top tien van een land. Dat doet bijvoorbeeld de FIDE:

  1. Rusland gemiddelde rating beste tien spelers 2739
  2. Verenigde Staten 2715
  3. China 2705
Screenshot

Nog een methode, gezien bij  chess-rankings: grootmeesters per aantal spelers met een FIDE-rating:

  1. Rusland
  2. India
  3. Duitsland

Je kunt ook vinden dat het sterkste schaakland het land is dat het vaakst de Schaakolympiade heeft gewonnen en individuele wereldkampioenen heeft geleverd.  Dan kom je opnieuw bij Rusland uit.

Of het land dat op dit moment de wereldkampioen algemeen en bij de vrouwen heeft. In dat geval valt  de keuze op China.

Het antwoord hangt dus een beetje af van de criteria die je hanteert. Maar buiten kijf staat dat Rusland, VS en China  schaakgrootmachten zijn en dat   India gretig in de achtervolging zit,  dat ook Duitsland op enkele lijstjes sterk voor de dag komt en IJsland de ´kampioen per capita´ is.

Wim van der Wijk

De schaakvraag van morgen:

2. Als iemand schaken heeft geleerd, hoe groot is dan de kans dat hij/zij grootmeester (IGM) kan worden?