Hermans dagboek deel 5

Mijn dagboek schrijf ik ’s avonds. Vorige jaren schreef ik ook tussen de rondes door, maar nu doe ik het wat rustiger aan, en dat bevalt goed. Vanmorgen was het ook nog heerlijk rustig. Ik had zin om een bepaalde variant van het Siciliaans te bestuderen en tussendoor ook de afwas gedaan. Het lukt mij ieder keer om voor de partij al in tijdnood te komen. Volgens de FIDE-regels moeten alle spelers op het juiste tijdstip achter hun bord zitten, voor mij zou die regel killing zijn.

Mijn tegenstander geeft me niet de gelegenheid om op adem te komen, hij ramt alle zetten onmiddellijk op het bord. Het wordt een scherpe variant van de Drakevariant van het Siciliaans, maar niet wat ik bestudeerd had. Mijn tegenstander speelt het vroege 9.g4 en ik antwoord het daarop aanbevolen 9…Le6. De bedoeling is om na 10.0-0-0 op d4 te ruilen en Da5 te laten volgen. Wit ruilt echter zelf op e6 alvorens te rokeren. De zetten Pe5 en Tc8 leken me nog bekend, maar daarna wist ik het niet meer. Dankzij veel tijdgebruik kwam ik toch goed uit de opening. Na zet 15 had ik een uur gebruikt en mijn tegenstander niet veel meer dan de 10 seconden per zet! Maar daarna was het zijn beurt om te piekeren, en zijn stelling werd er niet beter op. Grappig is het gebruik van de dubbelpion, de voorste gaat naar voren en de achterste volgt om de gaten te beschermen die de voorste laat vallen. Nadat onze bedenktijd weer min of meer gelijk was bood ik remsie aan op de 23e zet. Maar hij wilde doorspelen. Vanaf zet 35 heb ik niet meer genoteerd, omdat in minder dan 5 minuten had. Ik protesteerde nog omdat mijn tegenstander ook niet noteerde, terwijl hij wel iets meer dan 5 minuten had. Maar blijkbaar was hij wel beneden die magische grens geweest, en dan hoeft het niet meer. Mijn excuses hiervoor, ik wist het echt niet. Weer wat geleerd. Omdat hij mij op f4 liet slaan kwam mijn loper in het spel en kreeg ik voordeel. Maar in de vluggerfase gaf ik het punt weg. Misschien wordt het wel mijn beste partij in het toernooi, maar het levert geen punten op. Naast mij scoorde Jorgen Henseler verdienstelijk een remise tegen Zhaoqin Peng.

Snel naar huis om te herstellen van een lange en emotievolle partij. En eten natuurlijk. En dan weer 10 minuten fietsen naar de toernooizaal. Hetzelfde patroon als gisteren, wit tegen een tegenstander met aanzienlijk minder Elo. En inderdaad trapt hij in het Aangenomen Slavisch in een doorzichtig valletje. Ik had het Aangenomen Slavisch weer eens uitgebreid bestudeerd voor de play-offs van de interne competitie van HSG. Het is terecht een populaire opening, in de voetsporen van Euwe en Aljechin. De zet 6.e3 noemt Euwe de Hollandse variant. Mijn tegenstanders bij HSG kozen overigens voor 4…e6 in plaats van 4…dxc4, met overgang naar het Meraner damegambiet. Ook heel populair, maar nog ingewikkelder. Als studiemateriaal voor het Aangenomen Slavisch was ik gestuit op de partij Kasparov-Timman, Amsterdam 1988. In die partij speelt Kasparov in de opening op de 6e en 7e zet zijn koningspaard heen en weer tussen f3 en h4. Daarna kiest hij toch voor de zet e2-e3. Iets later gaat het damepaard van c3 naar a2. De zwarte koningsloper gaat dan terug van b4 naar e7, en als dan het witte paard weer naar c3 speelt Timman de loper weer naar b4. Wij eenvoudige schakers kunnen natuurlijk ook onze paarden laten staan. Maar ook ik kies voor de zet 9.Ph4, die afkomstig is van Botvinnik. Als zwart de rokade uitstelt, dus 8…Pbd7 in plaats van 8…0-0, dan is het slaan op g6 riskant wegens de open h-lijn voor de toren. Genoeg gepraat, ik geef u de partijen, dankzij Vincent kunnen ze gemakkelijk nagespeeld worden.


Herman van Engen

Geef een antwoord